De WinterVuurplaats

   

Vuurgebed

We zijn allemaal voorbijgangers en pelgrims. Laten we dus een vuur aansteken op het kruispunt, gericht aan het Eeuwige. Laten we een kring vormen en laten we een tempel maken in de wind. Laten we van deze plaats, waar dan ook, een tempel maken.

Want de tijd is gekomen om in geest en waarheid te vereren. Om dank te betuigen op elke plaats en elke tijd. Laten we een grens stellen aan de tijd, een midden aan de duisternis buiten en laten we ons tegenwoordig maken in het nu. Dit nu dat we tevergeefs hebben gezocht in onze dagen, want het was ver van ons op het moment dat het er was.

Kijk, het is nu voor onze ogen en in onze harten, het nu. Het vuur is het nu dat straalt en straalt, het is het nu dat smeekt. Het vuur is het offer van wat brandt, de levenswarmte en de vreugde van de ogen. Het is de dood van de dode dingen en hun terugkeer naar het licht.

Vreugdevuur! Leed en vreugde in elkaar. Liefde, dat is de vreugde van het lijden. Het vuur is het leven en de dood in elkaar. De verschijning die verteerd wordt en de stof die verschijnt. Laten we lof zingen in de taal van het vuur, duidelijk en helder voor alle mensen.

En jullie, mensen die voorbijgaan over de weg van de Vier Winden, treed binnen in de kring en geef ons de hand. Blaas op ons, Heer, opdat ons gebed in vlammen opgaat. Opdat ons houten stekelhart en zijn korte flikkerende levensglans uw luister tot voeding zijn.

Amen

Lanzo del Vasto

vuurgebed

 

 

 

terug naar de Bibliotheek»

[09dec2008rt]