De WinterVuurplaats

   

Het uur u
(Fragment)

 

Maar vreemder, ja inderdaad
 
veel vreemder dan dat de straat
 
leeg was, was het feit
 
der volstrekte geluidloosheid,
 
en dat de stap van de man
 
die zojuist de hoek om kwam
 
de stilte liet als zij was,
 
ja, dat zijn gestrekte pas
 
naarmate hij verder liep
 
steeds dieper stilte schiep.

 
Geen dief overtrof, geen spion,
 
hetgeen hij moeiteloos kon;
 
en het gevederd leder waarop
 
de god Hermes van zijn bergtop
 
neer te dalen placht
 
doorkruiste het ruim niet zo zacht
 
als hij op straat kon gaan,
 
gewoon lopend, met schoenen aan.
 
 
 
Hij maakte op het trottoir
 
het onheilspellende maar
 
onhoorbare gerucht
 
van het hoog in de lucht
 
verschoten vliegerbericht:
 
in een wolkje ploft licht
 
tot een blinkende ster uiteen,
 
en langs heel de vuurlinie heen
 
weet men: dit meldt het uur u,
 
nu gaat het beginnen, nu
 
verdwijnt de onzekerheid
 
van de mij gegunde tijd,
 
nu is het voor alles te laat.
 
De stilte die dan ontstaat
 
is een stilte, niet slechts naar de vorm
 
een stilte voor de storm,
 
maar een stilte van het soort
 
waar dingen in worden gehoord
 
die nog nimmer het oor vernam.

 

Martinus Nijhoff, Het uur u (1936).